sjezen

/ˈʃezə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) er niet in slagen om een studie of overhoring succesvol te voltooien
    Er sjeesden dat jaar wel erg veel studenten.
    Het rijkeluiszoontje met een dubbele naam dat op het examen verschijnt met lakschoenen van duizend euro en een luxe horloge aan, kunnen ze ook laten sjezen op basis van uiterlijke schijn.
  2. inerg (inerg) roekeloos of te hard rijden
    Inderdaad wordt landelijk Nederland hier en daar geteisterd door groepen wielrenners die met gevaar voor eigen leven fietsroutes afraffelen, zegt ook directeur Saskia Kluit van de Fietsersbond. (…) „De straat is geen wegparcours. Je kunt niet met 35 kilometer per uur langs woonboten sjezen.”

Etymologie

**[2]: in de betekenis van ‘hard rijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1917

Vertalingen

Engelsflunk, drop out
Fransêtre collé
Duitsdurchfallen