sisklank

mannelijk (de)/ˈsɪsklɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
    In het Nederlands worden stemhebbende sisklanken, net als stemhebbende plofklanken, aan het eind van een lettergreep stemloos gemaakt.

Vertalingen

Engelsfricative
Fransfricative
DuitsFrikativ, Reibelaut
Spaanssonido silbante