sintel
mannelijk (de)/ˈsɪntəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet volledig verbrande residu van steenkool
- korrelig stolsel dat door een vulkaan uitgeworpen is
Etymologie
*via Middelnederlands """ van """, in de betekenis van ‘uitgebrand stuk steenkool’ aangetroffen vanaf 1436
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek