sinoloog

mannelijk (de)/sinoˈlox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) China-deskundige
    De nieuwe deadline over de betaling van 3,7 miljoen euro aan ADO Den Haag door de Chinese eigenaar Wang Hui verloopt maandag. Maar door het opleggen van een tijdslimiet aan de eigenaar geeft het clubbestuur al aan weinig kaas te hebben gegeten van het onderhandelen met een Chinees. "Een Chinees kent geen schuld-, maar wel schaamtegevoel", zegt sinoloog Joke Bruynzeel tegen het Algemeen Dagblad. Tubantia G.-J. Broere 15 januari 2016 [https://www.tubantia.nl/sport/ado-moet-nog-veel-leren-van-zakendoen-met-chinezen~a3b46eeb/ 'ADO moet nog veel leren van zakendoen met Chinezen']
    Voorafgaand aan de herdenking is er een dienst in De Nieuwe Kerk, waar sinoloog en publicist Ian Buruma de 4 meivoordracht zal houden. De Telegraaf 4 mei 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/823230/nederland-staat-stil-bij-oorlogsslachtoffers Nederland staat stil bij oorlogsslachtoffers]

Etymologie

* afleiding van China