simkaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsɪmkart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (telecommunicatie) een smartcard (kaartje met een chip) waarop de gegevens staan van een aansluiting van een mobiele telefoon
Etymologie
*Samenstelling van sim (Subscriber Identity Module) en kaart
Vertalingen
Spaanstarjeta sim
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek