silica
/ˈsilika/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) SiO2, siliciumdioxide, de stof waaruit kwarts en het meeste zand bestaatBij uit rijst gewonnen silicium gebeurt dat niet, door de poreuze nanostructuur van het silica dat de rijstplant afzet.De Silica is onoplosbaar in water, zij verbindt zich echter daarmede tot een Hydraat.
Etymologie
*van "silica", in de betekenis "kiezelaarde" aangetroffen vanaf 1836 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek