silage

vrouwelijk (de)/siˈlaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) vergisting van geoogste gewassen tot veevoer
    Een goed gewas snijmais levert zeer hoogwaardig veevoerder op. Behoudens enkele percelen, welke dit jaar voor het eerst geteeld worden, voor rijpe oogst, is vrijwel alle mais bestemd voor silage.
  2. landbouw (landbouw) veevoer gemaakt door geoogste gewassen te vergisten
    Wanneer de kuil in de silo eenmaal in gebruik is, moet er gemiddeld per dag een tien centimeter uit om bederf van de silage te voorkomen.

Etymologie

*van "ensilage"