sikh

mannelijk (de)/sɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) lid van een religieuze gemeenschap in Noordwest-India

Etymologie

*via "Sikh" van "ਸਿੱਖ" (sikkha) dat teruggaat op "शिक्षा" (śiṣya) "leerling, discipel", in de betekenis van ‘lid van hindoesekte’ voor het eerst aangetroffen in 1863

Vertalingen

EngelsSikh