sigarettenpeuk

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overgebleven eindje van een gerookte sigaret
    Zuid-Koreaanse wetenschappers hebben wellicht een toepassing gevonden voor de 5,6 biljoen jaarlijks uitgetrapte sigarettenpeuken.
    Op het grote bureau lagen stapels papieren, twee asbakken tot de rand gevuld met sigarettenpeuken en een transistorradio {{Aut|Sandes, David

Vertalingen

Spaanscolilla de cigarrillo