shogi

onzijdig (het)/ˈʃoɡi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) Japanse vorm van schaak
    Het Japanse schaken, het shogi, dateert van de zestiende eeuw. Het kent geen dame, heeft slechts de helft van het 'normale' aantal torens en lopers en het paard is vrijwel machteloos.
    In het sho-gi zijn, behalve de bodes en den koning, nog 6 soorten van officieren, die echter in hun bewegingen zeer weinig vrijheid hebben. De kennis van het sho-gi is in Japan zeer verbreid; door het volk wordt dit spel veel en met ijver gespeeld, waarschijnlijk omdat het kaartspel streng verboden is.

Etymologie

*van "将棋" (shogi) "veldheerspel", in de betekenis "Japans schaak" aangetroffen vanaf 1882 (zie vindplaats hieronder)