shag

mannelijk (de)/ʃɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fijn gekorven tabak voor sigaretten en om zelf sigaretten te rollen

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘sigarettentabak’ voor het eerst aangetroffen in 1900

Vertalingen

Spaanspicadura