shag
mannelijk (de)/ʃɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fijn gekorven tabak voor sigaretten en om zelf sigaretten te rollen
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘sigarettentabak’ voor het eerst aangetroffen in 1900
Vertalingen
Spaanspicadura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek