servies

onzijdig (het)/sɛr'vis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) een bij elkaar horend stel borden, schalen en ander eetgerei
    Heb je een nieuw servies gekocht?.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stel vaatwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1710

Vertalingen

Engelscrockery set
Spaansservicio, servicio de mesa, vajilla