server
mannelijk (de)/ˈsʏːrvər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) een computer die of computerprogramma dat diensten verleent aan andere programma'sAlle servers in het serverpark waren uitgevallen met als gevolg dat vele webpagina's urenlang niet bereikbaar zijn geweest.De UM werd eind 2019 volledig lamgelegd door criminele hackers. Als gevolg van de aanval met de gijzelsoftware konden studenten, onderzoekers en andere medewerkers dagenlang onder meer niet e-mailen, beperkt gebruikmaken van het internet en hadden zij geen toegang tot bestanden op de servers van de universiteit.In november vorig jaar berekende De Vries dat elke bitcointransactie een tuinzwembad (16.000 liter) aan water kost, nodig om servers te koelen. [https://www.nrc.nl/nieuws/2024/01/19/gebruik-ai-niet-als-je-het-niet-echt-nodig-hebt-a4187527 www.nrc.nl (19 jan 2024)]
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘netwerkcomputer’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Vertalingen
Engelsserver
Fransserveur
DuitsServer
Spaansservidor
Poolsserwer
Deensserver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek