semantiek

vrouwelijk (de)/semɑnˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) wetenschap die zich bezighoudt met de betekenis van taalkundige constructies zoals woorden (woordsemantiek) en zinnen (zinssemantiek)
    Uiteindelijk is het geloof allemaal een kwestie van interpretatie en semantiek.

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'sèma' (sein, teken)

Vertalingen

Engelssemantics
Franssémantique
DuitsSemantik
Spaanssemántica