seks
/sɛks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (seksualiteit), (nauwe betekenis) geslachtsgemeenschapIk heb geen seks gehad met die vrouwToen ze ook wakker werd, waren ze elkaar gaan kussen en in de benevelde bedwelming van zijn eerste kater hadden Laetitia en hij seks gehad.
- (seksualiteit), (ruime betekenis) gevoelens en handelingen die een mens kan ervaren of uitvoeren en die samenhangen met lichamelijke opwinding en bevredigingDe meeste mensen hebben weleens seks met zichzelf.Niet vanwege de seks, alleen vanwege de vaas.
Etymologie
* van het "sex" geslachtsgemeenschap
Vertalingen
Engelssex
DuitsSex
Spaanssexo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek