seder
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsedər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- joodse paasviering ter herdenking van de uittocht uit Egypte, met maaltijd op de eerste avond van Pesach
- deel (van de Misjna)
Etymologie
* uit : סדר (seder) "ordening, volgorde"
Vertalingen
Engelsseder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek