seder

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsedər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. joodse paasviering ter herdenking van de uittocht uit Egypte, met maaltijd op de eerste avond van Pesach
  2. deel (van de Misjna)

Etymologie

* uit : סדר (seder) "ordening, volgorde"

Vertalingen

Engelsseder