security
vrouwelijk (de)/siˈkjurəˌti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep mensen die binnen een organisatie zorgen voor bewaking tegen boosdoenersMannen met een bordje security op hun borst hebben alle deuren afgesloten.
- plaats waar wordt gecontroleerd dat mensen geen wapens of andere gevaarlijke spullen meenemenDie meneer is net als u en ik gewoon door de security gegaan. Laten we alsjeblieft niet paranoïde worden, zeg!
Etymologie
*leenwoord van "security" "beveiligingsdienst"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek