scotch

mannelijk (de)/skɔtʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) whisky uit Schotland
    Hij was er niet zeker van of hij wel juist verstaan had, hij had meer scotch dan gewoonlijk tot zich genomen en men kan niet ontkennen dat het waarnemingsvermogen dan ietwat aan scherpte pleegt in te boeten.
  2. soort beschrijfbaar plakband, dat op de rol mat is, maar eenmaal aangebracht doorschijnend is
    Met een stukje scotch kleef ik mijn schetsen van kleren of de foto’s van een look die me aanstaat op mijn kleerkast.

Etymologie

**[2] van de merknaam die het bedrijf voor onder meer plakband gebruikt