score

mannelijk (de)/ˈskorə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aantal behaalde punten
    Je score voor dit spel is 15 punten.
    Nederland won uiteindelijk toch door een daverende score bij de tv-kijkers thuis. Van het publiek kreeg hij 261 punten, waarmee hij tweede werd achter Noorwegen. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 [https://www.tubantia.nl/dossier-duncan-wint-songfestival/duncan-doet-waar-nederland-na-44-jaar-naar-smachtte~afc527e7/ Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte]
  2. de puntenverhouding in een wedstrijd
    De score was na twintig minuten nog steeds 1-1.

Etymologie

*van het Engels

Vertalingen

Engelsscore
DuitsErgebnis