schotbalk
mannelijk (de)/ˈsxɔdbɑlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) houten balk om het waterniveau te regelen bij een sluisIn Astière zijn er 3 opgehaalde schotbalken. Toestand normaal.Floor helpt mee met het plaatsen van een schotbalk in een van de nieuwe stuwen.
- (waterbeheer) een van de lange vierkante palen die bij zeer hoge waterstanden tussen speciale sponningen dwars in een doorgang door een dijk worden gelegd om die af te sluitenBij de doorgang naar haventerreinen was daar een stukje van de dijk vervangen door gemetselde muren, met daarin flinke sponningen. Daarin kon tijdens zeer hoog water een dubbele rij balken -schotbalken- worden aangebracht. In ernstige gevallen werd de ruimte tussen beide schotbalkwanden snel opgevuld met zandzakken en klei.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek