schoonmaak

mannelijk (de)/ˈsxomak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. activiteit waarbij iets grondig wordt gereinigd
  2. pregnant (pregnant) reiniging van een vertrek of gebouw

Etymologie

*: "schoonmaken" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Fransnettoyage
Spaanslimpieza