schoolopziener

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die toezicht moet houden op basisscholen
    ' 'We hebben het juist niet overdruk,' wijdde de baas uit, 'ik wacht nog een vigelant van Kôppen, hoogstens een rijtuig of vier; die rollen we naar de achterwinkel; we laten een breed gangetje, want op de bruiloft van een aanstaande schoolopziener moet je toch naar échteren kunnen.