scholastiek
vrouwelijk (de)/sxolɑˈstik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) (geschiedenis) de middeleeuwse academische filosofie die van universiteiten uitgaat, in tegenstelling tot de monastieke filosofie van de Kerk.In de scholastiek is het gezag van vroegere auteurs uitgangspunt.
- (spottend) geheel van samenhangende opvattingen waarvan de schijnbare logica berust op het aanvaarden van traditionele autoriteitHet Marxisme verwerd tot een onvruchtbare scholastiek door communistische dogma's.
zelfstandig naamwoord
- (filosofie) studerende jonge kloosterlingDe scholastieken probeerden de kennis uit de Oudheid en de boodschap uit de Bijbel met elkaar in overeenstemming te brengen.
- (religie) (rooms-katholiek) jonge monnik die zich in de christelijke leer verdieptOp de school van de jezuïeten gaven ook scholastieken les.
Etymologie
*[bijvoeglijk naamwoord] van Latijn "scholasticus" "van de school, schools"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek