schietwilg

mannelijk (de)/ˈsxitwɪlᵊx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, medisch (bloemplanten) (medisch) bepaald soort loofboom, , die inheems is in de Benelux, tot 20 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie Omdat de plant salicine en looizuur bevat, heeft deze een koortswerende, pijnstillende en zuiverende werking. In de bast van de wilg zit salicylzuur, een grondstof van aspirine.

Vertalingen

Spaansbardaguera blanca, sauce, sauce blanco