scheutist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lid van de congregatie van het onbevlekte hart van Maria; de missionarissen van Scheut; een katholieke congregatie van religieuze missionarissen
    In de Antwerpse Sint-Laurentiuskerk is de 100ste verjaardag gevierd van scheutist en voormalig missiebisschop Jan Van Cauwelaert. Een bode van de paus had een boodschap voor hem bij.
    Bij de mannen vormen de scheutisten met 174 de grootste groep. Bij de vrouwen zijn de zusters van Vorselaar met 314 leden koploper.

Etymologie

*Afgeleid van Scheut