scherprechter

mannelijk (de)/ˈsxɛrᵊpˌrɛxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) traditioneel de uitvoerder van van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
    Als de populaire ouwe meisjesgek Ko-Ko wordt betrapt en als eerste voor de bijl zal gaan verzinnen ze een list: ze benoemen hem tot de beul, de scherprechter. Daarmee lijkt het gevaar voorgoed afgewend.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets wat een duidelijk onderscheid oplevert voor succes of falen
    Het is hier dat het peloton na uren in elkaars zog te hebben gezeten eindelijk uit elkaar spat, meestal dan. De Poggio is de laatste hindernis op weg naar de finish, niet steil, maar met driehonderd kilometer in de benen een heel ander verhaal. Renners zonder sprint kunnen hier nog wat proberen, precies wat wedstrijdorganisator Vincenzo Torriani in 1960 voor ogen had. Hij vond dat zijn klassieker te vaak door een sprinter werd gewonnen, het wedstijdverloop werd voorspelbaar, saai. Genoeg reliëf rond Sanremo. In het klimmetje naar Poggio vond hij de ideale scherprechter.
    Zestien brouwerijen telde Nederland op het dieptepunt, rond 1980. Inmiddels zijn het er volgens de laatste cijfers van de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur 765. Rond de brouwketels fluistert men al langer dat het er eigenlijk te veel zijn. Brouwerijen hadden zich schrap gezet voor de onvermijdelijke recessie of prijzenoorlog die de groei zou stoppen. Maar een pandemie als scherprechter?

Etymologie

*van Middelnederlands "scharprechter", op te vatten als , in de betekenis van ‘beul voor doodstraffen’ voor het eerst aangetroffen in 1454

Vertalingen

Engelsexecutioner
Fransbourreau
DuitsHenker, Scharfrichter
Spaansverdugo