schepijs

onzijdig (het)/ˈsxɛpɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (room)ijs dat met een ijsschep uit een grote bak wordt geschept
    Mijn favoriete ijs is altijd sorbetijs geweest. De echte favoriet was de ene keer mango, dan citroen en dan weer passievrucht, maar het was altijd schepijs met fruitsmaak. Frambozen is ook zo’n smaak die altijd goed is. Nu heb ik de combinatie van frambozen en champagne al vaak in andere vormen geproefd dus ik kan me voorstellen dat dit recept een heerlijk ijsje oplevert. NRC Sam de Voogt 29 augustus 2016
    Er ging een grote emmer schepijs rond en er was bier geregeld.