schema

onzijdig (het)/ˈsxema/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een goed uitgewerkt plan
    We liggen nog aardig op schema.
  2. een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatie
    We kunnen de koolstofkringloop is het onderstaande schema weergeven.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overzicht’ voor het eerst aangetroffen in 1648

Vertalingen

Engelsmodel, pattern, scheme
Fransschéma
DuitsSchema
Spaanscuadro, esquema