scheluwte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin een voorwerp niet vlak meer (scheluw) is door kromtrekking
- (spoorwegen) te snelle overgang tussen een rechtstand en een cirkelboog of tussen twee bogen met een verschillende straal
Etymologie
*Afgeleid van scheluw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek