scheidsrechtersfluitje

onzijdig (het)/ˈsxɛitsrɛxtərsˌflœycə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) klein instrument waarmee een arbiter signalen kan geven doordat het een schrille toon voortbrengt wanneer erop geblazen wordtOok gebruikt als benaming voor vergelijkbare signaalfluitjes.
    Jonge duiven laat Gert Jan eerst een paar weken lang trainingsvluchten maken rond het huis. „Met etenstijd fluit ik ze naar binnen.” Hij haalt een scheidsrechtersfluitje tevoorschijn. „Van jongs af aan weten ze dat dit eten betekent: bij het fluitsignaal geef ik ze een pinda.”
    Ook de Nederlandse Antillen schenken aandacht aan het wereldkampioenschap voetballen. Op 4 mei verschenen drie zegels waarop voetbalkousen en -schoenen, de bal en het scheidsrechtersfluitje zijn afgebeeld.