scheer

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde, scheepvaart (aardrijkskunde), (scheepvaart) een kleine nauwelijks uit de zee oprijzende rots of klein eiland
    De kust van Zweden is bekend voor zijn scheren.
  2. spel (spel) steen, papier, schaar
  3. een lichaamsdeel van een dier, bijv. een krabbenscheer

Etymologie

*van oudnoords sker, van noordgermaans, verwant met werkwoord scheren