scheepsbouwer

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die schepen ontwerpt en bouwt
    Die Lech Walesa, die scheepsbouwer uit Gdansk, was beslist geen vijand van de staat; hij was een logisch voortbrengsel van de staat, en hoewel hij discipline nodig had om in de pas te blijven lopen, waren zijn dimensies en kwaliteiten bekend.
    De scheepsbouwer meende dat hij tijd genoeg had om een tweede jacht op stapel te zetten.
  2. bedrijf dat schepen bouwt