scheen

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) voorkant van het onderbeen van de mens tussen de knie en de enkel

Etymologie

* In de betekenis van ‘voorzijde van onderbeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1080

Uitdrukkingen

  • Iemand het vuur na aan de schenen leggen.
  • Iemand tegen de schenen schoppen.

Vertalingen

Engelsshin
Franstibia
DuitsSchiene
Spaansespinilla
Italiaansstinco
Russischголень
Turksincik
Zweedsskenben, smalben