schatzoeker
mannelijk (de)/'sxɑtsukər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die voor zijn beroep of uit liefhebberij locaties onderzoekt om verborgen of verloren waardevolle, vaak historische voorwerpen te vinden; iemand die schatten opspoort
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek