schapenhuid
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de leren huid van een schaap waarvan het wol is afgeschorenZe zag er net zo bang uit als de laatste keer dat de keizer haar had gezien, en haar hand trilde toen ze de zak van schapenhuid ophief.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek