schandpaal

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) een paal op een plein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd te worden door de omstanders

Etymologie

*Samenstelling van 'schand' (van schande) en paal

Uitdrukkingen

  • iemand aan de schandpaal nageleniemand publiekelijk te schande zetten door hem of haar op wrede/onaardige wijze te bekritiseren

Vertalingen

Engelspillory
DuitsSchandpfahl, Pranger
Spaanspicota