schampscheut

mannelijk (de)/ˈsxɑmpsxøt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beledegende opmerking
    Wat Lucebert bewoog tot deze aanval weet ik niet. Het zou kunnen zijn dat de Tachtigers definitief hun plaats moesten inruilen voor de Vijftigers. Het is alsof Kloos deze schampscheut voorvoeld heeft.