schakelen
/ˈsxakələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- een verbinding tot stand brengenHij schakelde van het eerste naar het tweede net.
Etymologie
*afgeleid van schakel
Vertalingen
Engelsshift, switch
Franschanger
Duitsschalten
Spaanscambiar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek