schadde
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) een veen- of heideplag als brandstof bedoeldVroeger hing een meisje op kerstavond aan de deur van een vrijer een schadde.NRC Dopavond 1 aug 1998
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek