woorden
boek
Start
›
S
›
schaatshal
schaatshal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
groot gebouw waarin een ijsbaan is gelegen
Verwante woorden
scha
schaad
schaadde
schaadden
schaadt
schaaf
schaafbank
schaafbanken
schaafbeitel
schaafbeitels
schaafde
schaafden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← schaatsfabrikant
schaatshout →