schaatsen
onzijdig (het)/ˈsxatsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (wintersport) zich voortbewegen op schaatsenDoe jij veel aan schaatsen?
- (erga) zich op schaatsen ergens heenbewegenHij was naar het dorp geschaatst.
zelfstandig naamwoord
- (sport) het zich als vermaak voortbewegen op schaatsen (al dan niet op ijs)
Vertalingen
Engelsskate
Franspatiner, patinage
Duitseislaufen, schlittschuhlaufen
Spaanspatinar, patinaje
Italiaanspattinaggio, pattinaggio sul ghiaccio
Portugeespatinar, patinagem
Japansスケート
Poolsjeździć na łyżwach
Zweedsåka skridsko
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek