schaapje

/ˈsxapjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vlinders (vlinders) bepaald soort nachtvlinder, uit de familie van de nachtuiltjes (); met een spanwijdte tussen de 35 en 45 millimeter
  2. steeltjeszwammen (steeltjeszwammen) bepaald soort paddenstoel, uit de familie

Etymologie

*afgeleid van "schaap"

Uitdrukkingen

  • zijn schaapjes op het droge hebben