schaapje
/ˈsxapjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vlinders) bepaald soort nachtvlinder, uit de familie van de nachtuiltjes (); met een spanwijdte tussen de 35 en 45 millimeter
- (steeltjeszwammen) bepaald soort paddenstoel, uit de familie
Etymologie
*afgeleid van "schaap"
Uitdrukkingen
- zijn schaapjes op het droge hebben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek