schaambeen

onzijdig (het)/ˈsxamben/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) deel van het skelet dat het voorste deel van het heupbeen vormt
    De Duitser miste vorig jaar het EK in Frankrijk door een blessure aan zijn schaambeen. Reus moest ook het WK 2014 in Brazilië, dat werd gewonnen door Duitsland, missen door een enkelblessure.de Telegraaf 10 jun. 2017
    Finnbogason speelde sinds september niet meer in een officiële wedstrijd, wegens een ontsteking aan het schaambeen. Een week geleden deed hij wel weer mee in een oefenwedstrijd tegen Fürth (1-1), waarin hij meteen scoorde.de Telegraaf 30 mrt. 2017

Vertalingen

Engelsubic bone, mound of venus, pubis