woorden
boek
Start
›
S
›
schaakleraar
schaakleraar
mannelijk (de)
/ˈsxakˌleːraˑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport, onderwijs, beroep
(sport) (onderwijs) (beroep) iemand die les geeft in schaakspelen
Vertalingen
Duits
Schachlehrer
Verwante woorden
scha
schaad
schaadde
schaadden
schaadt
schaaf
schaafbank
schaafbanken
schaafbeitel
schaafbeitels
schaafde
schaafden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← schaakkracht
schaakles →