schaakclub

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vereniging van mensen die schaakspelen
    Terwijl ik de eerste week gebruikt had om de gebouwen te verkennen en het rooster te bestuderen, had Mordecai al kans gezien lid te worden van de Aziatische Vereniging (ter bevordering van de kennis van de Aziatische cultuur en haar uniciteit), de Schaakclub, de Beursclub (voor de ontwikkeling van kennis over aandelentransacties) ......
    De schaaktafel is een cadeau van de gemeente. Na de onthulling door wethouder Arjen Maathuis, voorzitter Ton van Manen van de schaakclub en grootmeester Lucas van Foreest, moet laatstgenoemde aan de slag met een simultaan tegen veertig tegenstanders.