sax
mannelijk (de)/sɑks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) blaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis met kleppen, aangeblazen met een rietSleutelaar speelde sax in een jazzbandje, croonde ook daarbij.
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) (straattaal) lang mes
Etymologie
*(n): van "saks" "mes, kort zwaard", cognaat met "Sachs" en "sax" / "seax"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek