samowaar
mannelijk (de)/samoˈwar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- apparaat waarmee men thee kan zettenDe grote samowaar die 's winters thee maakt, doet je verlangen naar een lange wandeling in de sneeuw.
Etymologie
* van "самова́р" (samovár) "zelfkoker"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek