samenwonen
Betekenis
werkwoord
- met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bentHij zei dat ik geen verantwoordelijkheid voelde. Dat samenwonen verantwoordelijkheid vereiste. {{Aut|Sandes, David
Vertalingen
Engelslive together
Franscohabiter, pacser
Duitszusammenleben
Spaansabarraganarse, convivir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek