samenweefsel

onzijdig (het)/ˈsamə(n)ˌwefsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. structuur als van door elkaar gevlochten draden
    {{ouds
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk), vaak: (pejoratief), moeilijk te begrijpen geheel waarin onderdelen op een ondoorzichtige manier zijn vermengd
    Maar wanneer ontaardt het spel nu juridisch in bedrog? Volgens het wetboek moet er sprake zijn van illegaal bevoordelen „door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels”.
    Een spoorrit dwars door onze dierbare Maasstad geeft nogal eens, ook bij daglicht, een gevoel van vervreemding. (…)'s Avonds lijkt wat ervoor in de plaats is gekomen op een moeilijke droom, warrig samenweefsel van herinneringen en fantasieën.

Etymologie

*afgeleid van "samenweven"