samentrekking

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het samentrekken van iets
  2. biologie (biologie) het samentrekken van spieren
  3. grammatica (grammatica) het verschijnsel dat een gemeenschappelijk element van nevengeschikte woorden, woordgroepen of zinsdelen slechts de eerste keer expliciet wordt uitgedrukt
    De samentrekking in deze zin maakt de bepaling onduidelijk.UHT besluit en regeling Investeringsplan en kwaliteitsborging elektriciteit en gas, Autoriteit Consument & Markt, Zaaknr. ACM/18/032812

Etymologie

* van samentrekken